Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Hooi in Eindhoven

Foto op studentenkaart

Foto op studentenkaart

Toen ik in Eindhoven studeerde, woonde ik in een keigezellig studentenhuis. Op een avond was er een feest bij vrienden. Iedereen was uitgenodigd op een schapenboerderij vlakbij het dorpje Someren. Dat ligt ten zuid-oosten van Eindhoven. Na een lange fietstocht kwamen we op het feest aan. Het rook er heerlijk naar hooi. In die tijd was ik verzot op de geur van hooi. Ik zou het liefst iedere nacht in een hooiberg slapen.

Toen we tegen de ochtend weer naar Eindhoven gingen, haalde ik het in mijn hoofd om een hele hooibaal mee te nemen, gewoon achterop de fiets. Er lagen er zo veel, dat zou vast geen probleem zijn. Hij was eigenlijk te zwaar, maar hij moest mee, helemaal naar Eindhoven. Voor mijn hooibed! Vanwege de uitzonderlijke vracht en omdat we moe waren, besloten we om op de vluchtstrook van de snelweg te gaan fietsen. Dat was een veel kortere route. We reden aan de verkeerde kant, zodat we het verkeer beter in de gaten konden houden. Gelukkig waren er niet veel auto's op de weg en we bereikten de stad inderdaad een stuk sneller.

De hooibaal stond midden in mijn kamer, terwijl ik mijn dekbedhoes vulde met vers schapenboerderijhooi uit Someren en omstreken. Ik was gelukkig! Ik schatte in dat ik bij een wekelijkse hooiverversing zeker een half jaar met de baal kon doen. Fantastisch!

Een week later kwam ik erachter dat het hooi ging stinken en begon de hooibaal midden in mijn kamer me een beetje te irriteren. Ik ging mijn gewone dekbed weer gebruiken en de hooibaal ging naar het schuurtje.

Maanden later was het Sinterklaas. Ik kreeg een dwergkonijn. Echt een absurd sinterklaaskado, maar ja, een levend dier doe je ook niet zo maar weg alsof het een hooibaal is, dus ik hield haar maar (het was een vrouwtje). Na een korte namenwedstrijd, besloot ik dat zij Medusa ging heten. En ik had voor minstens een jaar gratis hooi voor in haar hok!

Zo rook mijn kamer die winter alsnog naar hooi en natuur. Omdat ook dát te opdringerig werd en niet goed bij mijn studentikoze levensritme bleek te passen, ging mijn sinterklaaskado uiteindelijk met hok en hooi naar het dochtertje van een filosofiedocent. Medusa kreeg daar een echt gezin en zelf ook nog 7 kinderkonijnen.

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Briesende have

Vlak na mijn studie had ik wat extra geld nodig. Ik heb dat toen in 1 klap bij elkaar verdiend als hitman. Daarna moest ik echter wel een tijdje onderduiken. Het was zomer 1992 en ik raakte verzeild in Doetinchem of all places. Ver van het wilde westen kon ik onopvallend een beetje aanklooien.

Doetinchem

Nog af en toe denk ik aan de wekelijkse veemarkt. De plek waar boeren uit de hele omgeving samenkwamen om hun vee te verhandelen. Het had een betoverende aantrekkingskracht. De knoestige mannen die jaar-in-jaar-uit en door weer en wind zwoegden op het land en in hun stallen. Die aardappels rooiden en hielpen bij het kalven. Met handen als kolenschoppen en dikke sigarenpeuken in hun mondhoeken. Ze droegen grauwwollen sokken in hun klompen en ze spraken een weerbarstig dialect. Het vee en hun mest roken sterk en stoer. Stevige koeien, forse stieren, vette dikbildames en knokige pinken. Af en toe briesend, dan weer lijzig herkauwend.

De Veemarkt

Er was één café waar de boeren traditiegetrouw hun handel administreerden: Café De Veemarkt. Altijd blauw van de rook. De vloer was van kaal geschuurd hout en lag vol met zand, mestresten en peuken. Er werd luid gepraat, veel gedronken en iedereen at er gehaktballen. Ik was er niet welkom, maar omdat ik er telkens toch weer aan de bar ging hangen, werd ik er geduld. Waarschijnlijk omdat ik kopstoten dronk - zodat ze zagen dat ik geen stille of ambtenaar was. Misschien omdat ik uitstraalde dat ze niet met me moesten dollen.

Op den duur raakte ik met de een na de ander aan de praat. De gesprekken waren meestal kort en oppervlakkig. Ze roken aan me en duldden me op de dinsdagen in hun roedel. Van dat café, de gehaktballen, die noeste boeren en het loeiende vee ben ik gaan houden. For the time being. Begin 1993 ben ik uitgeweken naar een ver subtropisch oord. Daar kwam ik opnieuw in aanraking met stieren. 

Een ver subtropisch oord

Toen 1993 koud begonnen was, emigreerde ik naar La Gomera. Een klein eilandje ten zuiden van Tenerife waar altijd de zon schijnt en met weinig toerisme. Ik had twee werkwoordrijtjes uit mijn hoofd geleerd (hebben en zijn) en dure woordenboeken gekocht. Verder zou ik me wel redden dacht ik. Dat bleek te kloppen. In het begin praatte ik met iedereen die me langer dan 2 seconden aankeek. Dat is wat overdreven maar je snapt wat ik bedoel. Elke dag leerde ik meer van de taal en van de op Zuid-Amerika gerichte cultuur.

Nieuwe vrienden

We zouden met een stel jonge gasten door een paar valleien gaan lopen. Om 12 uur spraken we af. Maar omdat ze in dit dialect de letter S nauwelijks uitspreken, klonk dat als 2 uur. Ze hadden een uur op me gewacht en waren daarna zonder mij vertrokken. Toen ik om 14:00 uur kwam aanlopen, waren ze dus al een uur weg. Ik besloot om dezelfde richting uit te gaan. Wat natuurlijk overmoedig was. Op de plek waar de bewoonde wereld ophield, rook ik ineens koeien…

'Matadero'

Ik geloofde mijn eigen neus niet. There ain’t no cows on La Gomera!, schaterde ik tegen mezelf. (Ja, zo ging het echt.) Ik wilde weten waar de geur vandaan kwam en wat bleek? Daar was het slachthuisje van de slagers. MATADERO stond in blokletters op de gevel. Ik kwam bij het toegangshek en daar zag ik ze staan: 6 sappige stieren.

Een jongen was bezig om een vers gedood varken schoon te schrobben. De huid werd gespoeld met water uit een tuinslang en schoongeschrobt met een poreuze vulkaansteen. Er kwam een man naar het hek. Of ik misschien naar binnen wilde? Ja leuk! Enthousiast liet hij alles aan me zien. Elke vrijdag arriveerden er een stuk of 6 stieren in de haven, om de dinsdag erna geslacht te worden. Daar kwam het rundvlees op het eiland dus vandaan. De man vroeg of ik die dinsdagochtend wilde komen kijken en ik dacht: Waarom niet?

Dampend bloed

En zo stond ik op de vroege morgen van stierenslachtdag de routine van de slagers te bewonderen. Met laarzen aan. De stier die aan de beurt was, werd over de kleine patio de slachterij ingeleid. Dat was een kale ruimte met hijskettingen aan het plafond en bloedgoten in de vloer. Hij werd voor de zekerheid vastgezet aan een dikke pilaar in het midden. Een dolle stier, daar heeft immers niemand wat aan. Met een bijna charmante precisie joeg een van de slagers een speciale stierendolk in de nek, recht achter de kop. Op slag verlamd zeeg de stier briesend ‘door zijn hoeven’, waarna een andere slager een lang mes door het hart stak. Het ging allemaal vrij snel. De dood kwam vlak na de verlamming. Een deel van het dampende bloed werd opgevangen voor worst. Rrrrrrrrrsssss, klonken de kettingen als hij aan de poten werd opgetakeld. Met scherpe messen vilden en ontleedden ze het machtige beest. Ze werkten als een geoliede machine, zonder westerse haast.

Ze vroegen of ik het ook wilde leren, dat stierendoden. Ik vond het vreemd, maar ook een eer en het leek me erg stoer. Trots nam ik de uitnodiging aan en ze legden me uit me hoe het moest. Het ging om precisie en timing, om kracht en focus en om afwezigheid van angst. Bam! Daar gingen ze. De een na de ander. Ik kreeg snel de slag te pakken. Dit was de natuur! Zo voelde het. Doden, om het vlees te kunnen eten. Na een week of zes vond ik het wel genoeg geweest. Ik sloeg de ervaringen op als verrijking. Ik had een andere kant van mezelf leren kennen. En ik had vriendschap gesloten met een paar bijzondere mannen en met een oud en universeel ambacht.

Het voorval met de Duitser

Er was op het eiland trouwens ook een über-romatische Duitser, die dacht dat hij hippie kon worden. Zijn plan om met zijn gezin op een afgelegen strand te gaan wonen en er te leven ‘van de zon en de zee’ liep natuurlijk op niets uit. Je zag dat zijn Spaanse vrouw en jonge kinderen er langzaam aan onderdoor gingen. Tegenspraak duldde hij niet.

Ik had hem ontmoet in een bar en hij dacht dat elke Nederlander als vanzelfsprekend kilo’s hash bij zich droeg of tenmínste ergens had verstopt. Toen hij uiteindelijk weer in het dorp wilde gaan wonen, leende ik hem na veel gezeur de eerste maand huur. Die betaalde hij nooit terug. En werken, ho maar. In bars dronk hij op de pof. Overal.

Op een avond was ik het zat. Ik nam hem mee naar het afgelegen strandje en doorzeefde hem. Later bleek dat hij het voorval overleefd had. Op de plek zijn 14 identieke kogelhulzen gevonden en ze hebben er maar 13 uit zijn lichaam verwijderd. Niet dat het me zoveel interesseert, maar dat blijft natuurlijk vreemd.

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Art & Copy - De Tijdloze Docu

As a creative person, you have absolutely no idea where your thoughts come from, really. 
– Hal Riney

Een tijdloze documentaire die ik iedere art & copy collega aanbeveel, is Art & Copy (2009). Zelf kijk ik Art & Copy elk jaar wel 1 keer. Hij staat niet online, maar ik heb ‘m beschikbaar voor je (mail me maar even). 

Met: DAVID KENNEDY, CHAD TIEDEMAN, GEORGE LOIS, PHYLLIS K. ROBINSON, JIM DURFEE, MARY WELLS, CHARLIE MOSS, HAL RINEY, JEAN-YVES LE GALL, LEE CLOW, CLIFF FREEMAN, TOMMY HILFIGER, RICH SILVERSTEIN, JEFF GOODBY, JEFF MANNING, DAN WIEDEN, ED ROLLINS, LIZ DOLAN

Trailer

Website: artandcopyfilm.org

George Lois, 1964

George Lois, 1964

George Lois

Heel inspirerend vind ik zelf George Lois. Hij is bekend door zijn vele originele reclames, slogans en zijn baanbrekende Esquire covers. Big Think heeft een 53-minuten durend interview met hem. Af en toe ff doorbijten maar de man zit boordevol inzichten die je misschien alweer was vergeten

The Big Idea (6:29)

In advertising there’s only 1 rule: There are no rules.
– George Lois

Kijk meer fragmenten en het gehele interview (53 min.) op: bigthink.com/georgelois

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

De brutaliteit! (Jeanette van Eijk)

Door: Jeanette van Eijk in de serie: Jeanette maakt wat mee

Maar goed, ik begreep het wel, wij vrouwen kunnen het soms ook bont maken wat dat aangaat.

Op een feestje bij een goede vriendin raakten we in gesprek over La Grande Arche en het Centre Pompidou in Parijs. Haar zoon Marcel (22) werd erg enthousiast en in een spontane opwelling zei ik dat ik hem er wel een keer mee naartoe zou nemen. Dat leek hem ‘eindeloos tof’, met tante Jeanette naar Parijs.

Deze herfst was het zover. We spraken de bewuste zaterdagochtend af op Schiphol. Achter de douane dronken we nog een Starbucksje en toen vertelde hij dat het net uit was met zijn vriendin. Maar hij ging er een fantastisch jaar van maken. Ik was blij dat ik twee aparte hotelkamers had geboekt. Tijdens de korte vlucht bestelde ik prosecco en we proostten op alles wat ging komen.

Centre Pompidou

Centre Pompidou

In het Centre Pompidou genoten we uren van dadaïsme, futurisme en avant-garde. Aan het eind van de middag besloten we even iets te eten in het restaurant op de bovenste étage. Daar werden we getrakteerd op surrealisme. De ober was overduidelijk gay en hij maakte avances. Maar doodleuk waar ik bijzat! Zo legde hij zelfs ‘geruststellend’ zijn hand op Marcel’s schouder toen die zich verslikte in de Franse uitspraak van zijn bestelling. De brutaliteit! Maar goed, ik begreep het wel, wij vrouwen kunnen het soms ook bont maken wat dat aangaat. Marcel vond hem ‘maar raar’.

Even later kreeg hij een rood hoofd en vanuit mijn ooghoek zag ik dat de ober naar hem wenkte. Mijn intuïtie zei dat ik niets moest laten merken. Maar het zou toch niet waar zijn? Jawel hoor: Marcel moest naar het toilet. Een kwartier en een glas witte wijn later, kwam hij pas terug. Zijn haar zat anders en hij had vage rode vlekken in zijn gezicht. Ik dacht aan de stoppeltjes van de ober. Het leek alsof een van mijn hakken afbrak, maar ik deed alsof mijn neus bloedde. Hij zei dat hij het zo gauw niet had kunnen vinden en keek mij daarbij niet eens aan. Onze bestelling kwam en weer kreeg Marcel een rood gezicht. De ober probeerde plotseling zo afstandelijk mogelijk te doen.

Ik besloot om niet te gaan vissen en vragen. Wat kunnen mannen toch primair zijn. Ik wou dat ik zelf zo ongecompliceerd in het leven kon staan, maar eigenlijk meende ik dat helemaal niet. Alsof het leven maar om één ding draait zeg.

La Grande Arche

La Grande Arche

Boven op La Grande Arche genoten we van het uitzicht, al was het wel wat fris. Marcel gedroeg zich een beetje alsof we een stelletje waren. “Kom op Marcel, laten we niet klef doen”, zei ik. Liever had ik hier in de lente gestaan. Of met een lover van mijn leeftijd…

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Joyriding in de Dyane 6

Op mijn zestiende reed ik de auto van mijn moeder total-loss tegen een lantaarnpaal.

Mijn vader reed een Volvo en mijn moeder een Dyane. Dat is de iets luxere versie van een Citroën 2CV aka 'Eend'.

Misschien wel goed dat deze rit zo eindigde en niet tegen een tegenligger of fietsende buurtgenoot… Hieronder het verhaal in handgeschreven tweets!

onderaan staat een tekstversie

Tekstversie

Op een avond gingen ze naar vrienden in Rotterdam. Een vriendin, Monique, zou bij mij langskomen. We waren 16.

De Dyane van mijn moeder stond geparkeerd in een straatje tegenover ons huis. We zagen de auto vanuit de woonkamer.

Toen Monique om een uur of half 12 naar huis ging, kregen we ineens een schitterend idee. Ik zou haar wegbrengen. In de Dyane!

Het besturen van die eend leek altijd zo ontzettend simpel. Als de botstauto’s op de kermis. En het was daarbij nog geen 5 minuten rijden…

We lachten van opwinding toen we in de auto zaten. Ik trapte de koppeling in en stak de sleutel in het contact.

Het startgeluid. En daarna dat heerlijke geronk toen ik het gaspedaal flink intrapte. De motor leek naar ons te roepen: Let’s roll baby!

Ik deed de lichten aan. Langzaam liet ik de koppeling opkomen en we reden de straat uit. Het ging geweldig! Alsof ik het dagelijks deed…

We waren afwisselend hyperenthousiast, met lachen en gillen natuurlijk en uiterst geconcentreerd, bij kruisingen, fietsers of andere auto’s.

We stopten niet bij haar huis, anders zouden haar ouders ons in de auto zien. Toen ze was uitgestapt, toeterde ik nog wél even :p

Vlak voordat ik mijn eigen straat weer indraaide, schoof ik de versnelling per ongeluk in z’n 3, in plaats van in z’n 1. Vrrroemmm!

De auto maakte extra vaart terwijl de carrosserie sterk naar links overhelde. Zo ging dat altijd bij een eend, maar toch schrok ik ervan.

Het leek echt alsof de auto op z’n zij zou rollen als ik nog meer naar rechts bijstuurde. BOEM! Ik botste keihard tegen een lantaarnpaal.

De koplampen en de straatlantaarn waren uitgegaan. De motor siste. M’n knie deed pijn en op m’n schoot lag glas. De deur ging krakend open.

Ik strompelde naar huis om 112 te bellen. Toen ik terugkwam, stonden er mensen bij het wrak en kwam de politie al aanrijden.

“Dit is mijn moeders auto. Ik was het…” Een agent verhoorde me op de achterbank van de politieauto. Toen kwam ook een ambulance aanrijden.

En daar draaide mijn vaders Volvo de straat in. Mijn moeder zei tegen hem: “Oei kijk, dat is precies zo’n auto als de mijne.”

Hij zag het kenteken en zei: “Maar dat ís jouw auto!” en hij stapte uit. “Uw zoon zit in onze wagen”, zei de agent. “Het gaat goed met hem.”

Een groene Citroën Dyane 6

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

16 uur en 3 kwartier Parijs

paris-eiffeltoren.jpg

Als kind en was ik al 2 keer in Parijs geweest. En ook tijdens de invoering van de Euro (oud & nieuw 2001-2002) én nog een keer met mijn neefje. Maar de bus naar Parijs vertrekt vanaf een plein aan het eind van de straat waar ik woon in Amsterdam. Dus zo blijft La Ville Lumière naar me lonken… Als ik die bus zie, denk ik vaak: Dat moet ik ook nog eens doen! Gewoon de nachtbus nemen, één hele dag in Parijs doorbrengen en dan weer met de nachtbus terug naar huis. Enfin, maandagavond 9 september 2013 vertrok ik.

Update: vanaf 2014 is de vertrekhalte verplaatst naar A'dam-Zeeburg.

En route!

Maandagavond 9 september vertrok ik, om 23:45 uur. De bus was maar voor eenderde volgeboekt. Gratis wifi, een stopcontact en een Franse chauffeur maakten alles compleet. Na een uur twitteren, ging ik slapen.

Om 6:15 liep ik station Paris-Bercy in. Daar kocht ik een dagkaart voor de metro uit een automaat (€8,80). Ik nam de metro naar Trocadéro, om de Eiffeltoren te zien bij zonsopgang. 

Eiffeltoren, dinsdagochtend om 7:10 (vanaf Trocadéro)

Eiffeltoren, dinsdagochtend om 7:10 (vanaf Trocadéro)

Eiffeltoren, dinsdagochtend om 7:30

Eiffeltoren, dinsdagochtend om 7:30

Daarna pakte ik de metro naar Clignancourt en liep ik een stuk bergopwaarts door de ontwakende en naar vers stokbrood geurende Montmartre-wijk. Boven bestelde ik om 8:45 een ontbijt in een straatje bij Place du Tertre: croissant, marmelade, café-au-lait.

Natuurlijk liep ik ook de hoek om naar de Sacré Coeur en de bekende trappen naar beneden. Onderaan rechtdoor (via een van de straatjes) richting Boulevard de Rochechouart, naar metrostation Anvers.

Sacré Coeur

Sacré Coeur

Zicht vanaf Sacré Coeur

Zicht vanaf Sacré Coeur

Vijftien minuten later stond ik bij de oude, wereldberoemde begraafplaats Cimetière du Père Lachaise. Ik was daar nog nooit geweest en wilde nu wel eens het graf zien van Jim Morrison (foto linksonder), Oscar Wilde, Simone Signoret, Edith Piaf… Ik vond het indrukwekkend.

Het graf van Jim Morrison, op Père Lachaise

Het graf van Jim Morrison, op Père Lachaise

Tijdens het ontbijt las ik trouwens in de gratis krant Direct Matin (→Lees de pdf-versie) over een nieuw restaurant dat me interessant leek om uit te proberen met een lunch: Le Dorcia.

Le Dorcia: une Cuisine Rétro Chic (Direct Matin, p. 15)

Le Dorcia: une Cuisine Rétro Chic (Direct Matin, p. 15)

Dus vanuit Père Lachaise spoorde ik in lijn 3 naar station Bourse en liep ik naar Rue Feydeau. De inrichting was inderdaad California-seventees en de Franse keuken: subliem!

Ik at een groentesalade, medaillons de mignons de porc en de lekkerste vijgentaart ever!

Tarte aux Figues

Tarte aux Figues

Omdat ik graag over de Champs-Élysées wilde slenteren, ging ik om 14:30 vanaf Bourse met de metro naar Charles de Gaulle–Étoile. Vanaf de Arc de Triomphe liep ik de Champs af. Daarna door Les Jardins des Tuilleries (foto) en over de pleinen van het Louvre, om via de oevers van de Seine uit te komen bij Pont Neuf. Prachtig.

Jardins des Tuilleries

Jardins des Tuilleries

Ruim 6 kilometer later liep ik Quartier Latin in en daar kocht ik natuurlijk macarons bij meester-pâtissier Georges Larnicol op de Boulevard Saint-Germain. Vanille, frambozen, chocola, caramel, citroen… Mmm! Het was inmiddels 17:30.

Na die lunch had ik niet veel honger maar wel zin in de luxe fauteuils van Starbucks, dus toen heb ik een fruitsalade met gratis wifi gegeten en thee gedronken. Kon ik even bijkomen en instagrammen…

Het leek me leuk om af te sluiten met de zonsondergang bij de Eiffeltoren, dus de metro zoefde me weer naar Trocadéro… Hier een foto van de weerspiegeling van La Tour in de ramen van Palais de Chaillot (Place de Trocadéro).

Eiffeltoren in ramen Palais de Chaillot

Eiffeltoren in ramen Palais de Chaillot

Toen de zon weg was, werd het wat frisjes. Ik had nog even, dus een chocolat chaud bij Le Malakoff aan de andere kant van het plein leek me wel wat. Als je echte goede chocolademelk wilt drinken, wist ik: dan moet je daar zijn. Beetje aan de prijs (€5,40) maar mon Dieu…

Vanaf Trocadéro nam ik om 21.30 de metro weer naar Bercy. De bus zou om 23:00 vertrekken. Ik was ruim op tijd, dus bij Bercy dronk ik nog een glas rode wijn op een verwarmd terras om het af te sluiten.

Eenmaal in de bus, viel ik binnen een half uur in slaap. De terugreis ging dus vrij vlot. In Nederland had het die dag onstuimig geregend, maar het was gelukkig droog toen ik om 5:45 weer op het plein aan het eind van m’n straat aankwam. Vijf minuten lopen, douchen, tandenpoetsen en om 6:30 landde ik in mijn bed.

Alle routes

(tijden bij benadering)

  • Vertrek Amsterdam Stadionplein: 23:45
  • Aankomst Paris Bercy: 6:15
  • Metro dagkaart kopen (Paris Visite of Mobilis): €8,80
  • M6 richting Charles de Gaulle – Étoile
  • Uitstappen: Trocadéro
  • (Bercy – Trocadéro duurt 36 min.)
  • Foto’s maken zonsopgang Eiffeltoren, 7:10
  • Vanaf Tocadéro M9 richting Mairie de Montreuil
  • Overstappen op station Strasbourg Saint-Denis
  • M4 richting Porte de Clignancourt
  • Uitstappen: Porte de Clignancourt
  • (Trocadéro – Clignancourt duurt 44 min.)
  • Vanaf station Porte de Clignancourt lopen naar Sacré Coeur (Montmartre)
  • Ontbijt bij bar brasserie Au Clairon des Chausseurs, hoek Place du Tertre (8:45)
  • Via Sacré Coeur en de 222 treden tellende trap naar beneden, naar metrostation Anvers, aan de Boulevard de Rochechouart
  • M2 richting Nation, uitstappen: Père Lachaise (reis duurt 10 min.)
  • Cimétière du Père Lachaise, 10:15 (plattegrond bij informatiebureau)
  • M3 richting Pont de Levallois – Bécon
  • Uitstappen: Bourse (reis duurt 22 min.)
  • Lopen (5 min.) naar Rue Feydeau, restaurant Le Dorcia
  • In Le Dorcia 3-gangenmenu: €27
  • Vanaf Bourse M3 richting Pont de Levallois – Bécon
  • Overstappen op station Villiers
  • M2 richting Porte Dauphine
  • Uitstappen: Charles de Gaulle – Étoile
    (Bourse – Etoile duurt 31 min.)
  • Lopen over de Champs-Élysées vanaf Arc de Triomphe naar Louvre, via Place de la Concorde, Jardin des Tuilleries
  • óf Vanaf Louvre M7 richting Mairie d’Ivry naar station Pont Neuf (13 min)
  • óf doorlopen langs de Seine naar Pont Neuf en daar Quartier Latin in (Boulevard Saint-Germain)
  • Op Boul’ Saint-Germain macarons kopen bij Georges Larnicol (nr. 132)
  • Eten, drinken, of bij Starbucks op de bank hangen met fruitmix en thee
  • Vanaf Odéon M10 richting Boulogne – Pont de Saint Cloud
  • Overstappen op Station La Motte Picquet-Grenelle
  • M6 richting Charles de Gaulle – Étoile
  • Uitstappen: Trocadéro
  • (Odéon – Trocadéro duurt 31 min.)
  • Zonsondergang bij de Eiffeltoren
  • Warme chocolademelk drinken bij Le Malakoff aan de Place de Trocadéro
  • Vanaf Trocadéro M6 richting Nation
  • Uitstappen: Bercy
    (Trocadéro – Bercy duurt 36 min.)
  • Vertrek Paris Bercy: 23:00
  • Aankomst Amsterdam Stadionplein: 5:45

Handige metro-app

FullSizeRender.jpg

De app Paris Metro vind ik zelf heel handig. Je vindt snel je route, de overstapstations, tijden en de metrostations in de buurt van waar je bent.

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

De Filoktitis-weekends van Jeanette van Eijk

Door: Jeanette van Eijk in de serie: Jeanette maakt wat mee

Voorjaar 2000: Een tanker uit Cyprus aan de ketting in het IJ

O, ik hou zo van mijn KNSM-eiland. Het heeft een enorme dot allure. Mijn appartement heeft vijf kamers en kijkt aan weerszijden uit over water en de skyline van Amsterdam. Overdag bij elk weertype gewoonweg prachtig en ‘s avonds sprookjesachtig mooi verlicht. Ik verdien goed, dus ik heb mij omgeven met mooie spullen en ik hou van lekker en duur eten en drinken. Ik heb een leuke baan, maar niet veel tijd om mijn Mister Big te ontmoeten. Flirtend uitgaan, dat ligt achter mij en wanneer ik in horecagelegenheden vertoef, ben ik doorgaans aan het werk. Zakenlunches, recepties en borrels zijn in een functie als de mijne niet in eerste instantie the time and place om een spannende man te ontmoeten. Laat staan dat er veel spannende mannen in topfuncties te vinden zijn. De opwindende toptypes zijn meestal aan de jonge kant.

Hij neuriede een droevige melodie

Toen ik op een zondagmiddag in de herfst langs de kade wandelde, kwam het totaal onverwacht tot een spannende ontmoeting.

Er lag al een tijdje een tanker uit Cyprus aan de ketting in het IJ. Roestvlekken sierden dit ijzeren monster met de naam FILOKTITIS, dat sloom in de enorme badkuip deinde. Heel soms zag je mensen. Wat deden zij daar toch al die tijd? Ver van huis en zonder te weten wanneer ze weer weg mochten…

Ik liep over de kade en keek om de zoveel stappen naar de geketende reus. Op een bankje zat een man een sigaret te roken. Hij neuriede een droevige melodie. Ik dacht dat ik hem herkende als een van de eilandbewoners. Ik zei: Je zou daar maar vastzitten hè? maar hij verstond mij niet. Dus ik herhaalde het. De man antwoordde: That’s my ship, Filoktitis. Ik schrok een beetje en tegelijk voelde ik een warme ontroering. Zo alleen als hij op dit bankje zat te mijmeren, kijkend naar zijn schip. 

A mysterious mermaid

We raakten in gesprek. Hij had intelligente ogen en werkmanshanden. Die combinatie raakte een snaar. En hij werkte in de machinekamer, dat was weer eens iets anders! Een half uur later dronken we netjes een espresso op mijn lederen bank. Hij genoot van wat hij noemde this extraordinary cup of coffee. Zijn stoere uiterlijk vormde een perfect contrast met mijn inrichting. Hij was erg charmant maar verder niet te opdringerig. We praatten over wat we allemaal deden. En we gingen aan de brandy, want daar hield hij van. Allebei zochten we warmte in deze kille najaarsdagen. Plotseling maakte hij gebaren alsof hij schilderde. En met zijn mediterrane accent: A beautiful woman, with the Filoktitis in the back, is like a mysterious mermaid...

De Filoktotis aan de ketting in het IJ, 2000 - lees meer

De Filoktotis aan de ketting in het IJ, 2000

Zijn spieren kenden de bewegingen der wereldzeeën

De bodem van de fles was bereikt, toen de bliksem door onze hoofden knetterde. In zijn fonkelende ogen zag ik grote olietankers de golven van de Middellandse Zee doorklieven. Hij keek naar mijn blonde haar en fluisterde steeds: Mysterious mermaid, beau-ti-ful mermaid… Zijn accent werkte onnoemelijk opzwepend. Ik trok hem ineens aan zijn kraag naar me toe en zei: Kiss me, Captain… Hij greep mijn haar vast en begon mij hartstochtelijk te zoenen. Zijn stoppels schuurden en z’n mond had de smaak van uitheemse tabaks. Onze kledingstukken verdwenen over de bank en de vloer. Ik voelde me als een schip dat werd gedragen op krachtige oceaangolven. Hij was een echte zeeman. Zijn spieren kenden de bewegingen van de wereldzeeën die hij had bevaren. Het was alsof we al jaren samen door de hoogste golven beukten.

Een hotel op Cyprus

De zon was onder, toen we samen wat biefstukjes en turks brood met olijventapenade gingen klaarmaken. Toen ik zongedroogde tomaten in een kommetje deed, kreeg ik ineens een droombeeld van een groot bungalowpark op een Grieks eiland, waar ik de leiding over had. Beam me up, Scotty, fluisterde ik. Ik vroeg me af waar mijn zeeman aan dacht. Hij vertelde dat hij droomde van een groot gezin en een eigen hotel op Cyprus, waarvan ik de manager zou zijn. Hotel… Filoktitis! We lachten en aten. Het had iets romantisch. Na een kop koffie met een glas cognac moest hij terug naar het schip. Bij het bankje aan de kade lag een klein roeibootje op hem te wachten.

Met mijn cognac naast het toetsenbord, mailde ik twee vriendinnen over mijn avontuur. In bed met kranten om mij heen, doezelde ik weg. Ik droomde over mijn stoere zeeman en het geketende schip.

De volgende ochtend had ik al antwoord. Eén vriendin verklaarde me voor gek. Iemand die je helemaal niet kent, je weet nooit wat je in huis haalt, schreef ze. Die is zeker jaloers… Alsof ik niet weet wat ik doe. En al zou ik dat niet weten, ik ben toch ook een mens? Net als hij! Mijn andere vriendin vond het juist spannend. Bijna nog spannender dan ik zelf.

De week vloog voorbij. Op zaterdagochtend klonk de deurbel. Zo ging het vier weekenden. Door de week was ik er amper en in het weekend ging mijn deur alleen nog maar open voor hem en voor de boodschappenservice.

Wat een verschrikkelijk mens kon ik toch zijn

Het vierde weekend bleek onverwacht het laatste. Het schip mocht weer vertrekken en zou maandag Amsterdam verlaten. Aanvankelijk was het plan dat ik twee weken later naar Cyprus zou vliegen, maar die zondagmiddag had ik al m’n twijfels. Het was allemaal juist zo spannend door de hele situatie. Onze werelden lagen ver uit elkaar. Een afscheid lag vanaf dag 1 eigenlijk al in het verschiet. Bij onze allerlaatste vaarwelzoenen, liet ik plots mijn tranen lopen. Wat een verschrikkelijk mens kon ik toch zijn. Hij gaf me zijn zakdoek. Ik liep met hem mee naar het roeibootje. Terwijl hij in een traag ritme naar de Filoktitis werd gezogen, wuifde ik hem uit met de zakdoek. Ik lijk wel gek, ging er even door mij heen. Moet je mij hier nou zien staan… Hij zwaaide nog een keer vanaf het schip en toen verdween hij. Voorgoed.

Thuis schonk ik mijzelf nog een stevige bel cognac in en sloeg ik weer aan het mailen met mijn vriendinnen. Ik miste hem wel en tegelijk was ik blij dat dit avontuur geen slepend vervolg begon te krijgen. En toch maar een geluk dat hij nog niets begreep van e-mail.

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Er zijn grenzen (Dirk)

Dirk en ik zaten samen in de schoolkrantredactie. We hadden dezelfde humor en konden uren druk zijn met grappen die droger waren dan verpulverde kurken. Uren!

Hij woonde in Galder, vlakbij de Belgische grens en ik in Breda. We waren die avond bij mij en we wisten weer niet van ophouden. Het werd later en later. En tijd dat Dirk naar huis moest. Maar we waren nog niet helemaal klaar met onze puberale meligheden en ik vond het ook zielig dat hij dat hele eind alleen moest fietsen. Toen kwam ik op een vrij nobel idee.

Ik zou de helft van de route met hem meefietsen. Dan konden we nog bijna een half uur doorlachen! Bij het keerpunt, dat zo’n beetje op de helft lag, stopten we. Onze inmiddels op hol geslagen fantasie zorgde een beetje voor een probleem. Het was gewoon nog niet helemaal het juiste moment… Dus na een kwartier stilstaand kletsen besloot ik om toch maar helemaal mee te fietsen naar zijn huis.

In zijn achtertuin in Galder stonden we nog een hele tijd te praten. We waren dronken van pret. Dirk vond de gedachte dat ik daarna het hele stuk alleen terug zou fietsen ondraaglijk en hij besloot om gewoon de helft weer met mij mee te rijden. Tot het keerpunt. Dat vonden we allebei een ontzettend goed plan. Vooral omdat we zojuist een nieuwe dimensie van hilariteit hadden ontdekt.

Bij het keerpunt bleek dat we nog steeds niet opgewassen waren tegen de realiteit. De beste en meest logische oplossing was dat Dirk dan toch maar het hele stuk mee zou fietsen naar mijn huis. Vuurpijlen van vreugde vlogen ons om de oren. Maar in Breda overviel ons een totaal onverwachte en uiterst onaangename verrassing.

Want wat bleek? Daar lag doodleuk hetzelfde dilemma waarmee we waren gestart! Oké, tot het keerpunt dan toch maar weer. Ik zou nog één keer met Dirk meerijden tot halverwege de route. Dat was veruit het allerbeste. Daar gingen we weer, net als ruim 2 uur daarvoor dus.

Maar waar we al bang voor waren, gebeurde bij het keerpunt gewoonweg opnieuw! Toen reed ik alsnog helemaal mee naar zijn huis in Galder. En van daaruit - want er zijn grenzen - reed ik in mijn eentje terug naar Breda. Het werd alweer licht...

Hieronder een schematische weergave van de fietsroute(s)

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Scheren en sterven

(1 november 2009) ~ Toen ik klein was, wist het scheerschuim op mijn vaders gezicht mij bijzonder te boeien. Alleen grote mannen kwastten ’s ochtends met draaiende bewegingen een soort slagroom op hun kin, hun wangen en in hun hals. Direct daarna kwam het serieuze instrument waar je als jongetje nog niet naar mocht wíjzen: het vlijmscherpe scheermes. Met strakke, geoefende halen trok hij frisse stroken huid tevoorschijn. De ene na de andere. Zijn prikkende haartjes verdwenen in het lobbige schuim, dat wegspoelde met het warme water. Soms kreeg ik de kwast even op mijn wang. Betoverd mocht ik het schuim dan zelf wegscheren. Met het houdertje waar hij het mesje uitgehaald had. Mijn vader.

De laatste jaren gebruikte hij een scheerapparaat. De laatste scheerbeurt die hij zichzelf gaf, waren zijn laatste minuten in deze wereld. Zonder dat hij dat wist. Het zoemende en zacht knerpende geluid en de gedecideerde bewegingen van mijn vaders hand en arm. Als een ingetogen dirigent. Over zijn kin, zijn wangen en zijn hals. Alles werd weer zacht en fris. En toen was alles klaar. De stroom ging uit in zijn hoofd. Het scheerapparaat viel uit zijn hand en ook zijn lichaam was ineens volledig overgeleverd aan de zwaartekracht. Met een paukenslag landde zijn hoofd op de badkamervloer.

Ik dagdroom dat ik weer naast je stond. Deze keer was ik groot genoeg om je op te vangen. Maar je bent er niet meer.

Morgen ga ik in het uitvaartcentrum helpen bij je laatste verzorgingsbeurt. Een beetje zoals jij mij wekte, waste en aankleedde toen mijn leven nog maar net was begonnen. Lieve Pa.

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Underground Antwerpen

Eind ’80s. Vrijdagmiddag. De zon lachte ons toe op de liftplaats naast Motel Eindhoven. We gingen voor… Antwerpen! 

De heenreis ging als een speer. Binnen 50 minuten stonden we op de Handschoenmarkt. We dronken en aten en daarna lieten we ons door allerlei leuke mensen meesleuren langs pikante kroegen, duistere bars en verscholen kelderclubs.

Frontale-botsingmuziek

Een jongen met een witte rat, een meisje zonder haar en duizend piercings, de oude man met de grijze paardenstaart. De nacht leek op een reis langs honderd steden. Verhalen, verbazingen en verbinding. Alcohol, joints en frontale-botsingmuziek, wejoooow... Rond 6 uur was ik zelfs nog even in slaap gedommeld bovenop een bonzende speaker van anderhalf keer mijn eigen lengte.

Jules de Jacques

Toen we buiten kwamen, deed het licht pijn aan onze ogen. Overgeven, yuk... Volgende bestemming: ‘Jules de Jacques’. Gebakken eieren. En alweer bier. We stonden te drinken, terwijl joodse gezinnetjes langsliepen, op weg naar de sabbatviering. Om 11 uur dronken we ons laatste glas leeg en begonnen we optimistisch aan de terugreis.

Cul de Sac

Wakker blijven in de tram richting snelweg lukte ons amper. De zon brandde. Het liften duurde en duurde maar. Vlak na 17:00 kwamen we weer in Eindhoven aan. Ongeveer dood. En de supermarkten net gesloten. Slapen tot 23:00 en om middernacht stonden we alweer in onze kroeg op het Stratumseind, waar ze onze overgebleven Belgische Francs natuurlijk accepteerden. We eindigden, zoals gewoonlijk, in nachtcafé ‘Cul de Sac’, tegen zessen...

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Hacking for life

Hacklunch

Ik werkte bij XS4ALL. Elke 2 weken was er een Hacklunch. Gastsprekers kwamen tijdens de lunch vertellen over allerlei interessante onderwerpen. Eén van hen was Cordula Rooijendijk, over de ontstaansgeschiedenis van de computer. Bij haar verhalen moest ik terugdenken aan mijn jeugd. 

Homecomputer

Ik kon als kind uren bezig zijn met fietslampjes, motortjes, draadjes, batterijen, stekkertjes, bellen, lego, meccano, opengeschroefde casetterecorders en telefoons, antennes, dynamo’s, hangsloten, racebaanafstandsbedieningen, tangen, plakband en dan bij voorkeur alles door elkaar heen. Dat ervaarde ik toen als een must, om voor elkaar te krijgen wat ik nu weer had bedacht. Soms nam ik stiekem telefoongesprekken op. En door de ontvanger van de radio buiten het ingestelde bereik te schroeven, kon ik de politieradio ontvangen. Reuzeboeiend! Er gebeurde niet zoveel in Breda, maar toch.

In de jaren zeventig had mijn oudere broer een homecomputer gebouwd

In de jaren zeventig had mijn oudere broer een homecomputer gebouwd

Het 'hacken' zat wel een beetje in de genen, denk ik. In de jaren zeventig had mijn tien jaar oudere broer een homecomputer gebouwd met o.a. een cassetterecorder, portable TV en een los, loodzwaar toetsenbord. Ik mocht er eigenlijk niet aankomen. Maar na veel aandringen… Om een tekening uit de matrixprinter te laten komen, verzon ik een ‘programma’. De commando’s waren steeds if.. goto.. (If This Then That), zo’n beetje de basis van alles. En de tekening lukte!

Retro softwaredownloads

Op de standaard 5 inch diskette paste maar 64 KByte. Op gewone cassettebandjes paste veel meer. Dus iedereen zette programma’s en gegevens op bandjes. Als je ze beluisterde, hoorde je eindeloze reeksen kraakklanken en pieptonen. Dat was de indrukwekkende ‘computertaal’. Programma’s werden soms uitgezonden op de radio en als je dan na “Start de opname nu” de rode opnameknop van je cassetterecorder indrukte, dan kon je die programma’s dus opnemen. Dat waren de eerste softwaredownloads!

Van always off naar always on

Ik ben blij dat ik die ontwikkeling en de komst van internet heb meegemaakt. In mei 2008 bestaat XS4ALL en daarmee internet voor consumenten in Nederland 15 jaar. Sinds 1997 heb ik internet. Vanaf 2000 is er voor mij nog nauwelijks een dag geweest dat ik niet online was.

Hippies from Hell

Bekijk de eerste 53 minuten van deze legendarische documentaire van Ine Poppe: https://www.youtube.com/watch?v=-2jvfRhfEz8

Meer lezen
Maurice Beljaars Maurice Beljaars

Tredmolen

Verschenen in de Volkskrant, 27 februari 1997

Ik keek naar buiten en moest oppassen dat ik niet terneergeslagen werd door het grauwe weer. Ik woonde een paar jaar in Spanje en daar had ik gewoon moeten blijven, dacht ik....

San Sebastián de La Gomera

San Sebastián de La Gomera

Waar ik woonde, was het 350 dagen per jaar mooi weer. Ik werkte vier dagen van half acht tot een uur of drie. Zo verdiende ik genoeg om te kunnen doen wat ik wou. Na een duik in zee, begon de tweede helft van de dag. Lekker in de stoffige akkertjes zitten van vrienden, die altijd wel een paar handen meer konden gebruiken. Over de kleine markt slenteren. Een brief schrijven. Weer een douche nemen onder het lauwe water uit de kraan met de blauwe knop. Knoflook en koriander die uit de warme muren van de steegjes geurden.

Als de zon rond acht uur achter de bergen begon te zakken, konden we gaan sporten. Of wat leuteren aan de open barretjes, over 'belangrijke' of dagelijkse zaken. Wanneer het in de winter al om zeven uur donker werd, stelden de warmte en de agitatie die in de lucht hingen het denken aan thuis en avondeten beslist uit. Tegen tien uur werd er gedineerd, niet eerder. Kinderen werden 's morgens niet voor negenen op school verwacht, dus voor hen gold geen kinderbedtijd, zoals wij die kennen. Gezellig gesmikkel en gekeuvel, geknutsel en soms el télé vulden het laatste avonduur.

Zo daalde dan ook telkens rond de klok van elf een algehele rust over het dorp. Maar als je tot de vroege ochtend wilde doorgaan, dan was dat iedereen ook best. Na een tijdje leerde ook ik dat je overal doorheen kunt slapen.

San Sebastián de La Gomera, met in de achtergrond El Teide (Tenerife)

San Sebastián de La Gomera, met in de achtergrond El Teide (Tenerife)

Nou is dat zacht ritmisch ruisen van de zee wel meer ontspannen dan het geraas van verkeer maar jezelf opfokken tot je je rug in een onmogelijke knoop hebt gewrongen, lijkt bij ons wel cultuurgoed te zijn geworden. Zelf verviel ik na enkele weken ook weer tot ons gestresste leven, al had ik me bij terugkomst in De Lage Landen nóg zo voorgenomen om dat niet te doen. Als je bij ons niet meeveert, val je d'r gewoon gauw buiten.

Ik moest even wennen aan het gebuub-buub bij kassa's, maar dat ging al even vlug als de boodschappen van de band trekken en het wegsnellen met het scheurende boodschappentasje. Want aanpassing is het sleutelwoord. Waar je ook gaat.

Ik moest gewoon weer meedoen. Met het fruit dat smaakt naar regenwater en de eetafspraakjes in de agenda. Een uitgesteld bezoek aan ouders die je niet eens meer kennen. De kopjes koffie ter troost of pep. Het onophoudelijke gezweet in de benauwd-warme zomers of het wachten op de vertraagde tram in de winterkou. De lage wolken waardoor het chagrijn je lonkt. Het serieuze. Het gebrek aan betrekkelijkheid. Buurtpreventie. Drie sloten op je fiets en doorweekte schoenen. Platte, kale, modderige akkers vanuit de trein. Gematigdheid. Zekerheid. En we willen allemaal hier wonen.


Meer lezen